Cholesterol

Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij het verlagen van cholesterol:
  • Alfaliponzuur kan de LDL-cholesterolgehalte (slechte cholesterol) sterk verminderen
  • N-acetylcysteïne (NAC) leidt tot een significante afname van de homocysteïnespiegel. NAC remt de oxidatie van LDL-cholesterol (slechte cholesterol) en heeft een verhogend effect op de HDL-cholesterol (goede cholesterol). Bovendien heeft het een bloeddrukverlagend effect. Een verhoogde homocysteïnespiegel is een risicofactor voor hart- en vaataandoeningen. Suppletie met NAC gedurende 4 weken kan de homocysteïnespiegel verlagen.
  • Niacine (vitamine B3) tussen de 1 à 3 gram per dag verhoogt niacine de HDL-cholesterolspiegel en de LDL cholesterolspiegel worden verlaagd.
  • Omega 3-vetzuur DHA is effectiever dan omega 3-vetzuur EPA voor het verminderen van ontstekingsstoffen en vetzuren in het bloed. In een dosis van 6 gram per dag heeft suppletie met DHA een gunstig effect op de bloeddruk, vaatstijfheid van de aorta, het verlagen van de LDL-cholesterolspiegel en verhogen van de HDL-cholesterolspiegel.
  • Policosanol bij een grootschalig onderzoek van 3000 patiënten werd aangetoond dat policosanol de schadelijke LDL-cholesterol met een gemiddelde van 25 % verlaagd en de goede HDL-cholesterol gemiddelt verhoogt met 11 %. Policosanol voorkomt oxidatie van LDL-cholesterol, vermindert samenklonteren van de bloedplaatjes, bevordert de bloedcirculatie en vermindert ontstekingen van de bloedvaten.
Plantenextracten die ondersteunend werken bij het verlagen van cholesterol:
  • Bietensap voldoende ingenomen leidt tot een verbetering van de vaatfunctie bij personen met een verhoogd cholesterolgehalte. De vaatfunctie van personen met een te hoog cholesterolgehalte kan verbeteren onder invloed van nitraatrijk bietensap. De verbetering gaat gepaard met een verandering van de mondflora.
  • Chrysantellum verlaagt de cholesterolspiegel en de triglyceridenspiegel in het bloed door een verbeterde stofwisseling van vetten en cholesterol in de lever.
  • Gember werkt cholesterolverlagend, mits men gemberextract enige tijd en dagelijks gebruikt. Dagelijkse inname van gember kan de kans op hart- en vaataandoeningen en hoge bloeddruk verkleinen. Gember is rijk aan antioxidanten die mogelijk verantwoordelijk zijn voor het gunstige effect op het hart en de bloedvaten.
  • Gugul verlaagt de cholesterol- en de triglyceridenspiegel, na 3 maand inname van gugul daalt de cholesterol gemiddeld met 25 % en de triglyceriden met gemiddeld 30 %.
  • Knoflook verlaagt de bloeddruk bij een verhoogde bloeddruk. Knoflook stimuleert het enzym stikstofoxidesynthase in vaatendotheel, neemt de productie ven het vaatverwijdende stikstofoxide toe. Voorts is de bloeddrukverlaging het gevolg van hyperpolarisatie van de gladde spiercellen in de bloedvaten en/of remming van het openen van calciumkanalen in het spierweefsel.


Cholesterol is een onmisbaar bestanddeel van ons lichaam. Een teveel aan cholesterol is echter schadelijk. Het veroorzaakt een geleidelijke verstopping van de slagaders (arteriosclerose) waardoor het risico van ziekten op hart- en bloedvaten toeneemt. Dit risico verhoogd aanzienlijk als andere negatieve factoren gelijktijdig aanwezig zijn: erfelijkheid, hoge bloeddruk, suikerziekte, te weinig beweging, roken, stress,... 

Een teveel aan cholesterol in het bloed (hypercholesterolemie) kan ernstige gevolgen hebben. Een verhoogde cholesterol kan genetisch bepaald zijn of samenhangen met een levenswijze. Bij heel wat personen gaat het om een combinatie van beide factoren. De genetische oorsprong wordt meestal aangetoond doordat andere personen uit de familie ook lijden aan deze aandoening (hypercholesterolemie of cardiovasculaire problemen). Obesitas, roken, stress, een zittend leven en een te vette voeding bevorderen een verhoogd cholesterolgehalte. Bij enkele personen kan deze verhoging worden veroorzaakt door een al bestaande ziekte (bijvoorbeeld hypothyroïdie); de behandeling hiervan volstaat dan vaak om de situatie terug normaal te maken.


In het bloedvatenstelsel, een gesloten systeem, stromen voedingsstoffen, zuurstof en afvalproducten. Het bestaat uit slagaders die van het hart afkomen en aders die het bloed naar het hart terugvoeren, dat noemt men de macrocirculatie. De kleine vertakkingen van deze bloedvaten worden aangeduid met de term microcirculatie. Hier is niet in de eerste plaats de bloedcirculatie, maar de transportfunctie van het bloed van belang. Via de microcirculatie stromen onder meer voedingsstoffen door de wanden van de capillairen (kleinste bloedvaten van het lichaam) in het interstitium. De vaatwand is een hindernis die moet worden genomen, bij een overdaad aan voedingsstoffen in het bloed, biedt de vaatwand meer weerstand. Bovendien ontstaat extra weerstand doordat een voortdurende overmatige voedselstroom het interstitium indikt, dat proces wordt ook wel verslakking genoemd. Stoornissen als deze in de microcirculatie, zijn de oorzaak van de meeste hart- en vaatziekten. Het is overduidelijk, dat er in onze welvaartsstaat meestal teveel en verkeerd wordt gegeten. Overgewicht, lichamelijke en psychische klachten die het gevolg zijn van verslakking, nemen schrikbarende vormen aan.


Ons natuurlijk afweersysteem probeert zich te verweren, wat ons lichaam ervaart als schadelijke stoffen. Op zich onschadelijke stoffen kunnen, wanneer ze in hoge doses voorkomen, schadelijk worden. Dat geldt ook voor (vooral dierlijke) eiwitten, een permanent overschot aan eiwitten leidt er op den duur onder meer toe, dat het bloed dikker wordt en minder gemakkelijk zal stromen, het bloed sneller zal stollen en de kans op trombose (bloedstolsel in een bloedvat) toeneemt, het bloed, met name de eiwitten in het bloed, water vasthouden en de uitwisseling van vocht tussen bloed en interstitium en omgekeerd, vermindert. In het lichaam vinden we 2 mechanismen om met overbodige eiwitten om te gaan: de endotheelcellen (bekleding van de capillairen nemen het eiwit op en breken het af tot aminozuren, die ze aan het bloed afgeven. Door het bloed aangevoerd, worden in de lever de aminozuren afgebroken tot urinezuur, dat wordt uitgescheiden door de nieren, dit is het eiwit-uitscheidingsmechanisme. De endotheelcellen kunnen overtollig eiwit evenwel ook omvormen tot in water oplosbare mucopolysacchariden (verbindingen van eiwitten en koolhydraten) en collageen, dat wordt opgeslagen ergens in de wand van de bloedvaten. Zo nodig wordt dit weer afgebroken tot serumproteïne en afgegeven aan het bloed, op deze manier vervult de vaatwand de functie van opslagplaats voor eiwitten. Tot op zekere hoogte is dit nog een normaal fysiologisch gebeuren, eiwitten waaraan op een bepaald moment geen behoefte is, worden bewaard tot het tijdstip waarop ze mogelijk wel nodig zijn. Blijft men almaar overmatig eiwitten nuttigen, dan kan het lichaam er niets anders mee dan dit teveel aan eiwitten almaar opslaan. De bekleding van de wand van de bloedvaten wordt steeds dikker en toenemend minder doorlaatbaar voor de diverse moleculen, de kleinste deeltjes van de stofwisseling. Daardoor nemen de risico's voor het ontstaan van aandoeningen van de microcirculatie toe. Door de afgenomen doorlaatbaarheid van de bloedvaten, vindt in het bloed een opeenhoping plaats van niet doorgelaten moleculen, met als gevolg, dat het bloed dikker wordt en slechter stroomt. Tegelijkertijd krijgen de weefsels, het interstitium, in het bijzonder de cellen, gebrek aan voedingsstoffen. De afvoer van afvalproducten van bijvoorbeeld de celstofwisseling via het interstitium en de vaatwanden, zal eveneens stagneren. Langs hormonale en neurologische weg zal, om de weerstand van de minder doorlaatbare vaatwanden te overwinnen, de filtratiedruk worden verhoogd met als doel een betere verzorging van de cellen. De verhoogde filtratiedruk is gelijk te stellen aan verhoging van de bloeddruk, deze vorm van bloeddruk wordt meestal aangeduid als essentiële hypertensie. Het begrip essentieel kan vrijwel altijd worden opgevat als, we kennen de oorzaak niet! Doordat er zich ook in de bloedvaten van de lever, eiwitten ophopen, kan de afvoer van cholesterol door de lever via de productie van de gal, gehinderd worden. Dit kan tot gevolg hebben dat het gehalte aan cholesterol in het bloed stijgt, dit heeft geen gevolgen voor de bloedvaten zelf. Het heeft geen zin om het gehalte van cholesterol kunstmatig te verlagen. Cholesterol is voor het lichaam een uiterst belangrijke stof. 


Wat er werkelijk moet gebeuren, is het verlagen van het gebruik van eiwitten zodat de te dik geworden vaatwanden weer afslanken en de doorlaatbaarheid toeneemt. Het gaat voornamelijk om dierlijke eiwitten, deze zijn opgebouwd uit aminozuren die met elkaar een keten vormen. Plantaardige eiwitten hebben geen volledige ketens van aminozuren. Wanneer er één aminozuur ontbreekt, dat niet door dierlijk voedsel wordt aangevuld, kan daarvan geen eigen eiwit worden gevormd. De aminozuren worden dan verbruikt voor de stofwisseling, een belasting van bijvoorbeeld de bloedvaten door een uitsluitend plantaardige maaltijd is zodoende praktisch uitgesloten. Het verminderen van het risico op welvaartsziekten moet gebeuren door aanpassing van het voedingspatroon. Bij reeds bestaande klachten en wanneer men altijd veel dierlijke eiwitten heeft genuttigd, is het goed om te beginnen met zich 1 tot 3 maanden veganistisch te voeden. Dat houdt in: geen vlees, gevogelte, vis, eieren, melk en melkproducten. Plantaardige producten die vanwege het gehalte aan eiwit in die periode achterwege moeten blijven zijn: erwten, linzen, bonen, soja (dus peulvruchten).

Zie ook: